Hij zit aan de bar. Fles wijn in de hand. Dan schrijft hij zijn naam op het etiket. Linksboven. Ik wilde koffie halen. ”Ik ga een boek schrijven”, zegt een ander. “Over mijn belevenissen”. Hij kijkt vergenoegd in zijn glas. Dát besluit is tenminste maar genomen. Mijn partij alleen echt interessant als mijn tegenstander nadenkt. Dat doet hij uitbundig. Denkt en denkt en denkt. En zijn klok tikt en tikt. Een tijdbom. Dan missen wij Gerrit. Zijn stoel aan bord 3 is leeg. Ik vind hem op de bank in een verre hoek van de bar. “Voelde me even niet goed”. Zegt hij. “Kom zo weer”. “Hij heeft overgegeven in het toilet”, zegt de barvrouw. Vast niet expres, denk ik. “Je moet hem naar huis brengen”. Dan kan hij niet schaken. En ik ook niet. Zeg ik. Ze zwijgt en kijkt mij aan. Met ogen die veel meer hebben gezien dan zieke schakers. Of bijdehante teamcaptains. Naast mij heeft Ben een stuk voor twee pionnen. Gewonnen dus. Maar oppassen voor gemenigheidjes. Zijn tegenstander zo’n al wat oudere man die iedere club er graag bijheeft. Wiebe heeft zich ingelaten op een spelletje ‘ik-zet-je-mat-achter-het-rijtje’ en trekt aan het kortste eind. Jammer. Oogt erg ontevreden. Hoeft niet, hij is een prima schaker. Ik zie Gerrit weer fier achter zijn bord zitten. Hij wint. Op karakter. Mijn partij ontploft in tijdnood. Ik haal twee pionnen en een stuk op. Dat is ook klaar. 3-1 winst. Ik ga naar de bar. De aspirant schrijver kijkt in zijn glas. De blik inmiddels op oneindig. Dan terug naar Bakkeveen. “Je moet nu de nieuwe weg nemen”, zeggen ze. Maar die kent mijn auto niet. “Wij helpen hem wel”. “Tout droit”, zegt Gerrit. Dat is Frans voor altijd-maar-rechtdoor. Hij is weer helemaal de oude. Leuk, denk ik, zo’n teamuitje naar Leeuwarden.

Geef een reactie

Zoeken
Meer nieuws
Reageren?
Previous Next

» Reageer hier