REUSACHTIG

Op zijn pet staat “desperado”. Zelf ziet hij er eerder gemoedelijk uit. De jongeman die borden legt en stukken opzet in de bovenzaal van dit eetcafeetje. “Zullen we even helpen opzetten?”, vraag ik. Wij van Bakkeveen-1 mooi vroeg en met wat tijd over. “Hulp altijd welkom, Dirk”, zegt hij opgewekt. Het donkert buiten en ik kijk uit een raam over de verlaten dorpskern. Dit dorpje glinstert van de geschiedenis. Bochtige straatjes met oude kroegen, veel water. En reuzen. Manke Meine en Kromme Knillis. Die groeven lang geleden de vaarten. Met reuzenscheppen. Bij het dorpje maakte één van hen een wel erg wijde bocht. Knilles keek achterom en bekeek hun werk. Hij riep tegen Meine “Ach, krom!”. De andere reus zei boos: “Jij maakt er zelf een rommeltje van en ik wil niet langer met jou samenwerken”. Dat werd een reuzenruzie. De boeren, die duidelijk “Ak-krum” hadden gehoord, zeiden tegen elkaar: “Dat is een mooie naam voor onze nederzetting”. In de zaal is nog een andere externe wedstrijd. Van de neergezette tafels snap ik maar weinig. En ik ben niet de enige. Bij aanvang zijn we Wiebe even kwijt. Hij is aan bord 2 gaan zitten bij de buren. Ons had dat geen punten opgeleverd. Ik speel een bizarre wedstrijd die na 17 zetten al eindigt. In onbeslist. Alle stukken nog in het spel, veel pionnen reeds in het bakje. Op het bord een kakafonie van paniekerige paarden, loenzende lopers en timide torens. Met veel elan begonnen, ga ik al snel voor mijn schaakleven vrezen. Kan dit niet meer overzien en neem de aangeboden remise aan. Verliezen vandaag geen optie. Gerrit gaat goed en krijgt een hele mooie stelling. Door een penning berust hij in remise. Later heeft hij spijt. “Had moeten winnen, bah”, zegt hij. Ben komt een toren voor tegen heel veel pionnetjes. Hij wikkelt af naar een stuk meer en moet hard werken voor de winst. Maar die komt er wel. Wiebe moet het nu afmaken. Hij stevent op een overwinning af. Dan slaat tijdnood en chaos toe, waarin hij een paar maal dicht langs de zege strijkt, maar uiteindelijk met een gelijkspel tevreden moet zijn. Geen tijd meer over voor wat-dan-ook. We winnen met 2 ½ – 1 ½. Spannend was het! Op de terugweg komen we langs een rivierdorpje. “Ik ben hier eens op het voetbalveld tot mijn enkels in de modder gezakt. Zo zompig!”, zeg ik. Maar Gerrit heeft een betere. “Twee keer heb ik gescoord, hier. Ooit”. Zegt hij. “De tweede met een mooie krul, hoog langs de keeper”. En zo is het. Terug naar Bakkeveen en nog steeds stijf aan kop. Reusachtig!.

Dirk Müller

Geef een reactie

Zoeken
Meer nieuws
Reageren?
Previous Next

» Reageer hier